Vanoers.nlNieuwsHet belang van eigen inbreng bij een bedrijfsovername

Waarom is eigen inbreng bij een bedrijfsovername zo belangrijk?

Eigen inbreng bij bedrijfsovername belangrijk

Heeft u interesse om een bedrijf over te nemen? Dan is de vraag ‘hoeveel geld heeft u nodig en welk deel daarvan moet eigen inbreng zijn?’ waarschijnlijk één van de eerste vragen die een bankier, participatiemaatschappij of overname-adviseur aan u zal stellen.

Zeker voor veel MBI- en MBO-kandidaten kan dit een struikelblok zijn. En leidt in sommige gevallen ook tot frustratie, omdat iemand in loondienst vaak nog niet veel vermogen heeft kunnen opbouwen. Toch hebben geldverstrekkers en zeker banken zo hun redenen om een behoorlijke eigen inbreng te vragen. Dit heeft alles te maken met betrokkenheid, risico, verhouding eigen vermogen versus vreemd vermogen en kosten.

Betrokkenheid

Het overnemen van een bedrijf moet een weloverwogen keuze zijn. Een koper laat hiermee zien dat hij vertrouwen heeft in het bedrijf en haar businessmodel. Bij overnamefinancieringen dient de koper daarom altijd risico te lopen door de inbreng van eigen geld en vaak ook nog een privé borgstelling. Te allen tijde wil een bank of participatiemaatschappij voorkomen dat een koper na een halfjaar besluit dat het zelfstandig ondernemerschap toch wel is tegen gevallen en weer op zoek gaat naar een leuke en veilige baan in loondienst. De bank of investeerder met grote schulden achterlatend. Ook in slechte tijden blijkt dat een ondernemer die veel heeft geïnvesteerd, beter mee zal denken om tot een oplossing te komen wanneer het bedrijf in problemen raakt.

 

Risico

Aandeelhouders hebben middels aandelen stemrecht en hebben daardoor invloed op de onderneming. Banken hebben formeel geen directe zeggenschap (vaak wel indirect als het slecht gaat). De bank is een verschaffer van vreemd vermogen. Er is feitelijk alleen de contractuele verplichting tot terugbetaling van de veelal blanco overnamelening en een afgesproken rentevergoeding. De bank verstrekt die lening boven op het eigen vermogen en gaat er daarbij vanuit dat zij daardoor een beperkter risico loopt. Daarom is de rente op een lening lager dan het rendement op het eigen vermogen. Als er geen of heel weinig risicodragend vermogen wordt ingebracht, is er feitelijk niemand anders dan de bank die het risico draagt. Waarom zou dan niet het volledige rendement van de onderneming aan de bank toekomen?

 

Verhouding eigen versus vreemd vermogen

Er is ook risicodragend vermogen nodig om onverwachte verliezen boekhoudkundig te kunnen opvangen. De hoogte van de verliezen waarvoor een onderneming kan komen te staan, hangt in hoge mate af van het verdienmodel en de financieringsstructuur van de onderneming. Het zal duidelijk zijn dat een machinefabriek die grote opdrachten uitvoert veel gevoeliger is voor conjuncturele ontwikkelingen en voor de druk van de vaste kosten dan een groothandel waarbij het kostenpatroon veel flexibeler is. Let wel: dit betekent niet dat met het bestaande risicodragend vermogen cash verliezen kunnen worden opgevangen. Cash verliezen moeten ook gewoon worden gefinancierd: intern (aandeelhouders, kasmiddelen), dan wel extern (bank, crediteuren). Met gezonde verhoudingen eigen versus vreemd vermogen is het alleen makkelijker om externe financiering aan te trekken.

Kosten
De overnamelening die een bank verstrekt is aldus vaak geheel blanco (geen zekerheden). De bank zal daarom voldoende comfort willen hebben dat alle rente- en aflossingsverplichtingen binnen een redelijke termijn kunnen worden voldaan (vaak 5 of 6 jaar). Het maximaal te lenen bedrag is dus ook sterk afhankelijk van de aflossingscapaciteit van de onderneming gedurende deze periode. Meer externe financiering leidt tot hogere financieringskosten en daardoor tot een hoger faillissementsrisico.

De hoogte van de eigen inbreng is dus erg belangrijk voor het laten slagen van een bedrijfsovername. Een bank wil namelijk zeker weten dat de MBI-kandidaat voldoende potentie ziet in het bedrijf en ook bereid is om het ondernemersrisico te lopen. De MBI- en MBO-kandidaat dient daarom vaak naar redelijkheid en billijkheid maximaal risicodragend vermogen in te brengen.

Bovendien dient de eigen inbreng in verhouding te staan tot de hoogte van de gevraagde financiering. Een bank heeft geen zeggenschap en vaak ook geen zekerheden voor haar overnamefinanciering en krijgt enkel een afgesproken (en relatief lage) rentevergoeding voor het terugbetalingsrisico van haar lening. Juist het risicodragend vermogen is zoals het woord al zegt, bedoeld om ondernemingsrisico’s te dragen. De risico’s zijn dus hoger, maar het potentiële rendement is daarom ook veel hoger.

 

Meer informatie?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust contact op met onze specialist.

Jerry van Leent
Jerry van Leent
Transactiemanager
Contact
Van Oers Corporate Finance
Vul het contactformulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

  • Ik ga akkoord met de privacyverklaring.

Klanten die u voor zijn gegaan

Samenwerking met Van Oers Corporate Finance

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws.

Altijd up-to-date blijven met Van Oers

Schrijf u meteen in voor de Van Oers nieuwsbrief.
Schrijf u in
Jerry van Leent
Jerry van Leent | Transactiemanager
Wilt u meer informatie over dit onderwerp?
Vul het contactformulier in of laat een terugbelverzoek achter.
Neem contact op phone Terugbelverzoek