De casus
De zaak betreft een ondernemer die meerdere squash- en padelcentra exploiteert, waarbij in elk van deze centra ook een horecagelegenheid aanwezig is. Sporters kunnen via een online reserveringssysteem een specifieke squash- of padelbaan boeken voor een vooraf bepaalde datum en tijdsduur. Dit kan tegen een tarief per tijdseenheid of op basis van een abonnement. Daarnaast zijn in de centra verschillende algemene voorzieningen aanwezig, zoals kleed- en doucheruimten en toiletten, waarvan gebruik mag worden gemaakt.
De Belastingdienst stelt dat sprake is van een andersoortige btw-belaste prestatie, namelijk het gelegenheid geven tot sportbeoefening, belast met 9% btw. Volgens de Belastingdienst verricht de ondernemer aanvullende diensten ten behoeve van de sportbeoefening, zoals het beschikbaar stellen van kleed- en doucheruimten, sanitair en een horecagelegenheid.
De ondernemer is echter van mening dat sprake is van btw-vrijgestelde verhuur van onroerende zaken. Hoewel kleed- en doucheruimten en toiletten aanwezig zijn, is er in de squash- en padelhal geen personeel aanwezig. Het horecapersoneel heeft geen zicht op de banen en houdt hierop ook geen toezicht. In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld bij storingen in de verlichting) kan de sporter zich melden aan de bar. Het onderhoud is beperkt: de vloer wordt eens in de twintig jaar vervangen en eens in de vijf jaar geschuurd en voorzien van nieuwe belijning. De glaswanden worden één keer per maand gereinigd. Van andere aanvullende diensten, zoals de verhuur van rackets en ballen, is geen sprake. Toepassing van de btw-vrijstelling is voor de ondernemer voordelig, omdat de afnemers particulieren zijn zonder recht op aftrek van voorbelasting.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank volgt de ondernemer en oordeelt dat sprake is van btw-vrijgestelde verhuur van onroerende zaken. De sporters verkrijgen een exclusief gebruiksrecht om op een bepaalde datum en gedurende een bepaalde tijd gebruik te maken van een specifieke squash- of padelbaan. Gedurende die gereserveerde tijd is het gebruik van de betreffende baan voor anderen uitgesloten. Dat sporters gebruik mogen maken van kleed- en doucheruimten en toiletten en in uitzonderlijke gevallen een horecamedewerker kunnen aanspreken, maakt volgens de rechtbank niet dat de prestatie meer inhoudt dan het passief ter beschikking stellen van een baan.
Belang voor de praktijk
Uit deze uitspraak blijkt dat het onderscheid tussen btw-vrijgestelde (passieve) verhuur van een onroerende zaak en een andersoortige btw-belaste prestatie (zoals het gelegenheid geven tot sportbeoefening) sterk feitelijk van aard is. Er bestaat op dit punt een grijs gebied en de grens is niet scherp afgebakend. In deze zaak is inmiddels hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Voor de praktijk zou het wenselijk zijn als in die procedure een duidelijk toetsingskader wordt gegeven om dit onderscheid te kunnen maken.
Het is daarnaast van belang te beseffen dat toepassing van de btw-vrijstelling gevolgen heeft voor het recht op aftrek van voorbelasting. Zo is btw op onderhoudskosten niet langer aftrekbaar en kan (een deel van) de eerder in aftrek gebrachte btw op de bouw of aanschaf van de onroerende zaak moeten worden terugbetaald.
Wij raden aan om per situatie zorgvuldig te beoordelen wat de btw-gevolgen zijn.
Meer informatie
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met onze specialisten. U kunt contact opnemen via onderstaande button of per mail: btwadviesgroep@vanoers.nl.
Algemeen - Contact
Neem contact op met Van Oers
Vul hier uw gegevens in en wij nemen binnen 2 werkdagen contact met u op!
"*" geeft vereiste velden aan



